Bezuiniging Defensie

Door het Kabinet Rutte I werd het budget van Defensie structureel met € 1 mld verminderd. Binnen geheel Defensie leidde dit tot grootscheepse bezuinigingen, voor een groot deel door reorganisaties en vermindering van de personele omvang. Rob van der Meer was als projectleider Militaire Gezondheidszorg verantwoordelijk voor ombuigingen in dit functiegebied door geheel Defensie heen. Dit betrof zowel de centrale diensten als de in de krijgsmachtdelen ondergebrachte operationele elementen. Op een totaal van ca. 3600 FTE werden ca. 900 FTE bezuinigd. Dit werd bereikt door het verminderen van de operationele elementen (voor missies), door die niet langer per krijgsmachtdeel te organiseren, maar qua omvang af te stemmen op de totale omvang en ambities van Defensie. De operationele tweede lijns zorg werd samengevoegd en ondergebracht bij het Commando Landstrijdkrachten.

Daarnaast werden de niet-operationele elementen samengevoegd in centrale diensten. Het betrof hier vooral de eerste lijns en tandheelkundige zorg. Door de samenvoeging ontstonden zorgeenheden los van de krijgsmachtdelen qua voorziening en personele samenstelling. Bovendien konden daardoor centra worden gecombineerd. Door enige reistijd te accepteren kon een verdere bezuiniging worden bereikt. Hierdoor werden ca. 45 Gezondheidscentra teruggebracht tot 20 en ca. 25 Tandheelkundige Centra tot 7.

In beide deelprojecten werd niet alleen naar bezuiniging gestreefd, maar juist door de harmonisatie ook eenduidige samenwerking bereikt. Voorts werd beoogd om door meer procesmatige ordening kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid centraal te laten staan in de bedrijfsvoering.

<< Terug naar de vorige pagina